Groene kikkers (Rana esculenta synklepton) komen in heel Nederland voor. Het zijn echte waterkikkers die vrijwel het hele jaar in en rondom het water te vinden zijn. De groene kikker is niet één soort maar een complex: Het groene kikker complex bestaat uit de twee soorten: meerkikker (grote groene kikker) en poelkikker (kleine groene kikker) die als ze paren hybriden kunnen vormen: de bastaardkikker (middelste groene kikker). In de natuur kunnen hybriden zich vaak niet voortplanten. Uniek is dat middelste groene kikkers dat wel kunnen. Ze bezitten twee sets chromosomen (één van de meerkikker en één van de poelkikker) waarvan ze er één gebruiken om te paren met een meerkikker of een poelkikker. Als een bastaardkikker paart met een meerkikker zal hij zijn eigen set poelkikker chromosomen gebruiken, paart hij met een poelkikker dan gebruikt hij zijn set meerkikker chromosomen. Op deze manier komen er altijd nieuwe bastaardkikkers uit de voortplanting en houdt de 'hybride soort' zich in stand.


Kenmerken:

  • De ogen staan dicht bij elkaar vrij hoog op de kop
  • Ruimte tussen oogbollen = hooguit de helft van de breedte van het bovenste ooglid
  • Bijna altijd is er een groene rugstreep aanwezig
  • Zie voor de kenmerken van de 3 soorten de beschrijvingen hieronder:

    MeerkikkerMeerkikkers komen voornamelijk voor in het westen en noorden van Nederland. Het is een zon- en warmteminnende soort die een voorkeur heeft voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone hiervan moet bij voorkeur goed begroeid zijn en het water is vaak vrij omvangrijk of maakt deel uit van een groter complex van wateren. De meerkikker prefereert rijk begroeide laaglandwateren met een neutrale of zwak-basische pH in een waterrijke omgeving, zoals bijvoorbeeld polders en rivierdalen.

    Kenmerken van de meerkikker:  

  • lengte tot 9,5 cm
  • metatarsusknobbel is klein en laag
  • asymetrische metatarsusknobbel
  • kwaakblazen crème of grijs
  • achterpoten opvallend lang (het hielgewricht komt voorbij het oog en vaak zelfs voorbij de snuit)
  • Bastaardkikker De bastaardkikker komt algemeen voor in vrijwel heel Nederland. Het is een zon- en warmteminnende soort die een voorkeur heeft voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone hiervan moet bij voorkeur goed begroeid zijn en het water is vaak vrij omvangrijk of maakt deel uit van een groter complex van wateren. De bastaardkikker is weinig kieskeurig en komt in allerlei soorten biotopen voor.

    Kenmerken van de bastaardkikker:  

  • lengte tot 8,5 cm
  • metatarsusknobbel is middel hoog
  • asymetrische metatarsusknobbel met hoogste punt in de richting van de teen
  • achterpoten middel lang (het hielgewricht komt tot aan de neuspunt)
  •  

    Poelkikker (grote metatarsusknobbel op de hiel is goed zichtbaar!) De poelkikker komt in Nederland vooral in het Oosten en Zuiden voor. Het is een zon- en warmteminnende soort die een voorkeur heeft voor onbeschaduwde wateren. De oeverzone hiervan moet bij voorkeur goed begroeid zijn en het water is vaak vrij omvangrijk of maakt deel uit van een groter complex van wateren. De Poelkikker is een kritische soort die houdt van voedselarm, schoon water. Ze hebben een voorkeur voor zwak zure, stilstaande wateren in bos- en heidegebieden op de hogere zandgronden, in vennen, poelen en watergangen in hoogveengebieden, en in uiterwaarden. Poelkikkers overwinteren meestal op het land en niet in het water.

    Kenmerken van de poelkikker:  

  • lengte tot 8,5 cm
  • metatarsusknobbel is groot en hoog
  • symetrische (halve cirkel) metatarsusknobbel
  • mannetjes in paringstijd witte of roze kwaakblazen
  • mannetjes in paringstijd gele kop
  • achterpoten opvallend kort (het hielgewricht komt hooguit tot het oog) 
  •